Leven Door Geloof

Strijd de Goede Strijd van het Geloof

Zoals we eerder zagen, gaf Paulus de jonge Timothéüs drie vermaningen of aansporingen toen hij het stokje overgaf. De eerste is om net als Jezus en Paulus de goede strijd van het geloof te strijden. Het Griekse woord dat hier wordt gebruikt, is ago’nizon, wat vertaald kan worden met ‘alles op alles zetten’, ‘strijd’ en ‘hartstochtelijk werken’. De Concordantie van Strong geeft de volgende mogelijkheden:

        deelnemen aan een sportwedstrijd

        met tegenstanders strijden, vechten

        overdrachtelijk: strijden, worstelen, met moeilijkheden en gevaren

        met inspanning nastreven om iets te verkrijgen

Gezien de strekking van de tekst in 1 Timothéüs kan het beste ‘volhardend tegenstand bieden’ worden gebruikt. Het is geen sprint van 100 meter, maar een marathon. Je kunt nu eenmaal niet de demonische krachten over je streek of land weg krijgen met drie weken enthousiasme, terwijl ze er honderden of misschien wel duizenden jaren zitten. Zo gemakkelijk gaat dat niet. Maar dat ze weg te krijgen zijn is zeker. Je moet bereid zijn om je erin vast te bijten, zelfs als er pas een doorbraak komt in een volgende generatie. Je houding moet zijn: “Het maakt mij niet uit hoelang het duurt, als hij het veld maar ruimt! Als ik het niet gedaan krijg gedurende mijn leven, dan zal ik alles op alles zetten om de volgende generatie ervan de doordringen dat zij de strijd moeten voortzetten. Ik wil dat de mensen mij herinneren als degene die de goede strijd streed.” Ga niet sterven in een rusthuis, maar in het heetst van de strijd, in het harnas.

Het woord dat Paulus gebruikt is dus ago’nizon, de voortdurende volhardende strijd. Hij plakt er echter een woordje aan vast: het is niet zomaar een strijd, het is de goede strijd, omdat hij vecht voor een goede zaak, namelijk de belangen van Jezus Christus. Maar goed houdt ook in dat je de strijd wijs en doordacht aangaat.

Het is een strijd van het geloof. We gaan dat woord eens nader definiëren. Daarbij zijn de volgende vragen van belang: Wat is geloof? Waarom draait de strijd altijd om het geloof? Wat is dat toch met geloof dat de duivel ertegen wil vechten? Waarom blijft God ons het belang van het hebben van geloof op het hart drukken? Het is niet genoeg om te vechten, het is een gevecht van het geloof. Om erachter te komen wat geloof precies is, gaan we naar Hebreeën 11:1. Vele christenen gebruiken het woord geloof zonder echt te beseffen wat het werkelijk inhoudt: “Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet.” (NBG) En vers 6: “Zonder geloof is het echter onmogelijk God te behagen. Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij is, en dat Hij beloont wie Hem zoeken.” Dit is waarschijnlijk de beste definitie van geloof. Je kunt God niet met succes vinden, als er geen geloof aan te pas komt. In Matthéüs 7:7,8 staat: “Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden. Want ieder die bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en voor wie klopt zal opengedaan worden.” Dit gedeelte geeft een 100% succeservaring als het in geloof gebeurt. In Hebreeën 11:1 worden twee uitspraken gedaan ten aanzien van geloof:

1.                  Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt.

2.                  Het geloof nu is een bewijs van de zaken die men niet ziet.

Het gaat hier om twee belangrijke woorden: vaste grond of zekerheid en bewijs. Zij vormen de sleutel tot geloof. Geloof is de vaste grond van de dingen die men hoopt. Het Griekse woord dat hier met vaste grond is vertaald, is  (hu’postasis). Het werd gebruikt in de rechterlijke taal voor de overdracht van eigendom. Het woord betekent letterlijk ‘onder het gezag komen van’. In hedendaagse termen: er wordt een akte gepasseerd op gezag van de overheid – in onze tijd een notaris – waarin is vastgelegd dat een eigendom overgaat in andere handen. Het wisselt van eigenaar. De nieuwe eigenaar kan de overdracht bewijzen aan de hand van het wettige document, de koopakte. Heb je een huis gekocht, dan ben je in het bezit van een koopakte waarin heel duidelijk staat dat jij de eigenaar bent. Als je die akte nog niet in handen hebt, maar wel de mondelinge toezegging, dan heb je nog geen zekerheid, alleen maar hoop.

2.1. GELOOF ≠ HOOP

Er zijn drie woorden die nauw verwant zijn aan geloof, maar eigenlijk niets met geloof te maken hebben. Ze zijn misleidend. Zo’n woord is hoop. Hoop is een goed iets, maar niet hetzelfde als geloof. Het is meer een stap richting geloof. Er zijn heel veel mensen die hoop met geloof verwarren. Hoop is als het wachten op de wettige koopakte die zegt dat je eigenaar bent. Een voorbeeld. Een projectontwikkelaar gaf eens opdracht om een stuk land te kopen. Hij zette een architect aan het werk om een schitterend kantorencomplex te ontwerpen. Het ontwerp was nodig om een bouwvergunning te verkrijgen. Uiteindelijk kreeg hij te horen dat het stuk land aangekocht kon worden en dat het ontwerp klaar was. Hij wachtte totdat de wettige documenten bij hem op kantoor werden bezorgd. Toen gaf hij de bank opdracht het stuk land te betalen en een bouwonderneming opdracht om het gebouw te gaan zetten. Wat de verandering bracht, was de koopakte en vergunning om te bouwen. Hoewel hij het stuk land niet zag, wist hij dat het zijn eigendom was. Geloof heeft hetzelfde effect. Het geeft je het eigendomsrecht van dingen waar je eerst op hoopte. Het is een absoluut zeker weten, zonder dat je ze in het echt hebt gezien.

Geloof nu is een bewijs van de zaken die men niet ziet. Opnieuw hebben we hier te maken met rechterlijke taal, maar nu ten aanzien van strafzaken. Het Griekse woord voor bewijs is hier  (‘elegchos). De openbare aanklager staat voor de jury of rechtbank en moet met overtuigend bewijs komen om de verdachte te laten veroordelen. Hij moet zo praten dat iedereen overtuigd raakt, zonder dat iemand van de jury of rechtbank er ooit echt bij is geweest.  Dat is het bewijs waar het in Hebreeën 11:1 om gaat. Je bent zo overtuigd van het bewijs dat je niets anders kunt dan het volledig beamen. De kracht van het bewijs is dat het in jou een effect sorteert alsof je iets met eigen ogen hebt gezien. Geloof heeft hetzelfde effect: het is in staat om je geestelijk van iets te overtuigen wat je in het natuurlijke (nog) niet hebt gezien.

2.2. GELOOF ≠ KENNIS

We hebben het zojuist gehad over hoop als woord dat verwant is aan geloof. Een tweede misleidend woord is kennis. Kennis is iets waar mensen op wachten om geloof te kunnen hebben voor iets. In een genezingsdienst zijn er mensen die wachten tot iets zichtbaar wordt, bijvoorbeeld dat een lamme weer gaat lopen. Ze willen het met eigen ogen zien. Zodra het bewijs geleverd is, geloven ze het pas. Maar dat is niet geloof in Bijbelse zin, dat is kennis. Zodra je iets kunt waarnemen met je natuurlijke zintuigen, is het te laat voor geloof. Geloof moet per definitie handelen in het onzichtbare voordat iets te ontwaren is met de natuurlijke zintuigen. Stel dat ik ergens wordt uitgenodigd om te komen spreken en degene die mij uitnodigt mijn komst aankondigt met een poster. Als ik vervolgens naar de bewuste samenkomst kom, zal niemand verbaasd opkijken. Ze hadden er het volste vertrouwen in dat ik zou komen. Dat is nu geloof in zijn meest pure vorm. Een ander voorbeeld. Stel dat je reuma hebt. Als je eenmaal het geloof hebt dat er genezing zal plaatsvinden, dan ben je helemaal niet verrast als het moment daar is. Je had de genezing al in geloof ontvangen, hoewel die nog niet zichtbaar was. We spreken van kennis als je pas iets vertrouwt zodra het met de natuurlijke zintuigen waargenomen kan worden. Het is dan echter te laat voor geloof. Je kunt geen geloof hebben door kennis, wel in plaats van kennis. Kennis volgt op geloof, nooit andersom. Geloof is het overtuigend bewijs van dingen die men niet ziet.

Ik heb het volgende wel eens in diensten gebruikt. Ik liet een muntstuk van twee euro aan de aanwezigen zien met de vraag: “Geloven jullie dat dit twee euro is?” Niemand die daaraan twijfelde. Ik vertelde iedereen dat daar ook geen geloof voor nodig was. Het werd anders toen ik mijn handen achter de rug hield en vroeg: “Geloven jullie dat ik een biljet van vijftig euro achter mijn rug heb?” Er was heel wat meer aarzeling. Toen ik vroeg wie dat niet geloofde, gingen er enkele handen in de lucht. Ik zei: “Nu komt het erop aan. Het gaat niet om de honderd euro, maar om het feit of jullie mij als persoon vertrouwen. Is wat ik zeg de waarheid?” Ik liet het biljet zien. Degenen die mij vertrouwden werden beloond: het bewijs werd geleverd door de honderd euro zichtbaar te maken. Zo werkt ook het Bijbelse geloof. God heeft heel wat beloftes gegeven. Vertrouw je Hem op Zijn Woord. Zo ja, dan ga je wat nog onzichtbaar is, zichtbaar maken.

2.3. GELOOF ≠ AANNAME OF VERONDERSTELLING

Het derde woord dat verwant is aan geloof, is aanname of veronderstelling. Ook dat is misleidend. Het betreft hier een veel voorkomende fout, in het bijzonder bij mensen uit de zogenaamde geloofsbeweging. Zij denken dat je iets tot aanzien kunt roepen door het simpelweg te willen. Dat heeft niets met geloof te maken. Het is veronderstelling. Ik wil hierbij een hele belangrijke uitspraak doen: geloof kan niet iets teweegbrengen dat er nog niet is, geloof kan alleen maar zichtbaar of merkbaar maken wat er al is. God is de enige die dingen tot aanzijn spreekt die er voorheen nog niet waren. Toen Hij sprak: “Laat er licht zijn”, was er licht. Het betreft hier een eigenschap van God die niet bij mensen wordt aangetroffen. De enige scheppende kracht die uit niets iets maakt, zit in het door God persoonlijk gesproken Woord. Geloof krijgt te pakken wat God al geschapen heeft of waar God al in voorzien heeft. Als God iets niet geschapen heeft door Zijn Woord, dan is het onmogelijk voor het geloof om het te pakken te krijgen. Dan heet het veronderstelling of aanname. Binnen het kader van Hebreeën 11:1 komt het hierop neer: er bestaat geen koopakte - geen wettig bewijs - voor grond die er niet is. Geloof daarentegen is gebaseerd op ongeziene feitelijkheden. Hoewel iets (nog) niet wordt gezien, is er bewijs dat het absoluut reëel is.

Voor vele mensen is het erg moeilijk om in de ruimte van de Geest te leven, omdat ze die niet als werkelijkheid zien. Daardoor ontstaan geloofsproblemen. Wij leven in een wereld die bepaald wordt door tijd en ruimte. Tijd kent een begin, een nu en een eind. In andere woorden: tijd kent een verleden, een heden en een toekomst. Wij leven continu op deze tijdlijn. Wat geweest is, heet geschiedenis, wat nu gebeurt, is de actualiteit en wat nog moet plaatsvinden, heet toekomst. Iedereen weet hoe het is om in de tijd te leven, maar weinigen hebben een voorstelling hoe het is om in de eeuwigheid te leven. Eeuwigheid is niet een lange tijd, maar de afwezigheid van tijd. Eeuwigheid is tijdloos. Tijd komt eens tot een eind, eeuwigheid niet. Eeuwigheid is een permanent ‘nu’, omdat die geen begin en eind kent.

Er gebeuren dingen in de tijd die zijn aangeraakt door de eeuwigheid. Een voorbeeld daarvan is Gods Woord. Het is eeuwig, maar wordt gesproken in de tijd waarin mensen geplaatst zijn. Een ander voorbeeld is het kruis. De kruisiging vond ergens in de tijd plaats, maar het effect van het kruis heeft eeuwigheidswaarde. In de Bijbel staat zelfs dat Jezus al gekruisigd was sedert de grondlegging der wereld (Openbaring 13:8). Er staat ook dat wij in Hem uitverkoren zijn voor de grondlegging der wereld (Efeziërs 1:4). Eeuwigheid is voor te stellen als een cirkel: er zit begin noch eind aan. Dit zegt Paulus in 2 Korinthe 4:18: “Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn van het ogenblik, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.”

De eeuwige dingen hebben een altijd nu bestaan. Zodra je je gaat bewegen in de gave, of door God gegeven bekwaamheid die de Bijbel ‘geloof’ noemt, ga je van het tijd-ruimte-domein naar het eeuwige domein om dingen te verkrijgen die er altijd al waren, zodat ze zichtbaar worden in het tijd-ruimte-domein. Het eeuwige wordt zo waarneembaar in het tijdelijke. Dat is de kern en essentie van geloof. Je stapt de eeuwigheid binnen, pakt wat daar voorhanden is, en neemt het mee het tijdelijke in waar het ineens zichtbaar wordt. Enkele voorbeelden:

        Melchizedek, de koning van Salem, en priester van God. Hij gebruikte in het Oude Testament reeds de Nieuwtestamentische tekenen van brood en wijn (Genesis 14:18). Hij maakte het eeuwige zichtbaar in het tijdelijke.

        David gaf details van de kruisiging weer in Psalm 22, zonder dat hij er in de tijd bij kon zijn geweest. Ook hij maakte dingen vanuit de eeuwigheid duidelijk in het tijdelijke van het aardse bestaan. Zo werd David in feite een Nieuwtestamentisch gelovige.

        Mozes en David richtten beiden een tent der samenkomst of tabernakel op waar iedereen vrije toegang had tot God: een zichtbare manifestatie van de eeuwigheid, omdat Jezus in de tijd nog de vrije toegang tot God tot stand moest brengen door het voorhangel te laten scheuren toen Hij stierf (Exodus 33:7;  2 Samuël 6:17; Matthéüs 27:51).

De term ‘Oude Testament’ slaat op het oude verbond. Mensen in de tijd van het oude verbond hadden net als wij toegang tot het eeuwige. Eeuwigheid is niet gebonden aan tijd. De mensen toen, die door het geloof toegang hadden verkregen tot het eeuwige, genoten al evenveel van de glorie van het kruis als wij nu. De Psalmen alleen al zijn daarvan het overtuigende bewijs.

Is dit hele principe van geloof nu duidelijk? Ik herhaal het voor alle duidelijkheid: geloof is het eeuwige zichtbaar maken in het tijdelijke, het bovennatuurlijke in het natuurlijke. Is geloof niet verbazingwekkend? Geloof is buitengewoon krachtig! Geloof is in staat alles te pakken wat God heeft. Romeinen 10:17: “Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.” Je hebt het eeuwige Woord van God gehoord en maakt het zichtbaar in het tijdelijke. Enkele verzen over Gods Woord:

        Psalm 119:89: “Voor eeuwig, HEERE, staat Uw woord vast in de hemel.”

        Psalm 119:160: “Vanaf het begin is Uw woord waarachtig, al Uw rechtvaardige bepalingen zijn voor eeuwig.”

        Prediker 3:14: “Ik weet dat alles wat God doet, voor eeuwig blijft; niets is eraan toe te voegen, niets ervan af te doen, en God doet het opdat men vreest voor Zijn aangezicht.”

Je hoort of ziet het eeuwige woord van God in je geest. Profeten ‘zagen’ het Woord van God. Daarom werden zij wel Zieners genoemd. Paulus maakt dit ‘zien’ als volgt duidelijk in 1 Korinthe 2:12-14: “Wij hebben niet ontvangen de geest van de wereld, maar de Geest Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons door God genadig geschonken zijn. Van die dingen spreken wij ook, niet met woorden die de menselijke wijsheid ons leert, maar met woorden die de Heilige Geest ons leert, om geestelijke dingen met geestelijke dingen te vergelijken. Maar de natuurlijke mens neemt de dingen van de Geest van God niet aan, want ze zijn dwaasheid voor hem. Hij kan ze ook niet leren kennen, omdat ze geestelijk beoordeeld worden.” Dus als er iets niet is in het geestelijke domein, dan kan het ook niet door geloof gegrepen worden.

God heeft ervoor gekozen om door mensen heen te werken, om zijn eeuwigheid zichtbaar te maken in het tijdelijk bestaan van het huidige moment hier op aarde. Ik heb als gelovige de verantwoordelijkheid om daadwerkelijk in geloof op zijn Woord te reageren, zijn werken te doen, Hem te gehoorzamen en met Hem samen te werken om zijn Woord in vervulling te laten gaan in onze tijd op de plaats waar Hij mij heeft gesteld.

Een schitterend voorbeeld van het zojuist uitgelegde principe is terug te vinden in het leven van de Zuid-Afrikaanse predikant Andrew Murray. Het volgende is illustratief voor de wijze waarop hij elke situatie, hoe pijnlijk en hoe moeilijk ook, het hoofd wist te bieden. De woorden die hij sprak hebben absoluut eeuwigheidswaarde:

        God bracht mij hier. Het is zijn wilsbesluit dat ik op deze plaats ben. In dat feit zal ik berusten.

        God zal mij hier staande houden in zijn liefde en zal mij de genade schenken om mij te gedragen als zijn kind.

        God zal elke verzoeking omkeren in zegen, mij de lessen leren die Hij voor mij nodig acht en in mij, door genade, bewerken wat Hij meent te moeten doen.

        Hij zal mij op zijn tijd naar andere plaatsen brengen. Hoe en wanneer weet Hij alleen.

        Ik ben hier, door Gods toedoen, onder zijn hoede, in zijn trainingsschool, tot zijn bestemde tijd.

Leg je op één ding toe: het horen van Gods Woord en stem. Dat is het allerbelangrijkste in je hele leven. Dit zei Jezus: “Ik kan van Mijzelf niets doen. Zoals Ik hoor, oordeel Ik en Mijn oordeel is rechtvaardig, want Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil van de Vader, Die Mij gezonden heeft.” (Johannes 5:30) Van de dag af aan dat je gered bent, ben je in staat om Gods stem te verstaan. Gehoorzaam altijd wat je van Godswege hoort! Je scherpt je gehoor door gehoorzaamheid. Het horen van Gods stem raakt afgestompt door ongehoorzaamheid. Heb je al een tijd Gods stem niet meer gehoord, vraag je dan af – en de Heilige Geest kan dat overtuigend duidelijk maken – of je niet ongehoorzaam bent geweest aan een woord dat God al een tijdje geleden tot je gesproken had.

Als God tegen je zegt om te stoppen met roken, doe het onmiddellijk, omdat Hij je op dat moment in staat stelt om het te doen zonder dat het al te veel moeite kost. Paulus zegt in Filippenzen 2:13: “Het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.” Luister aandachtig naar Gods stem. Zegt Hij iets, doe het! Zegt Hij niets, doe het niet, omdat het dan waarschijnlijk (nog) niet de juiste tijd is. Doe jouw Heer de volgende belofte: “Wat U ook zegt, ik zal het doen!” Het is mijn ervaring dat Hij heel lang kan zwijgen als Hij iets kenbaar heeft gemaakt waarop niet in gehoorzaamheid wordt gereageerd. Hij wacht tot je doet wat Hij heeft gevraagd. Bekeer je van je ongehoorzaamheid, vraag vergeving en gehoorzaam weer, dan begint Hij weer te spreken.

Als God spreekt, dan is wat Hij zegt mogelijk. Dan moet ik niet kijken naar mijn eigen onmogelijkheden en onbekwaamheden, maar naar Zijn mogelijkheden en bekwaamheden. In geestelijke strijd is het absolute noodzaak zorgvuldig te luisteren naar wat Hij zegt en Hem blindelings te gehoorzamen. Wie weet beter hoe de strijd van het geloof gestreden moet worden dan Hij, de grote Opperbevelhebber.

Wat God heeft gezegd over de duivel en zijn rijk en zijn werken, en kenbaar heeft gemaakt aan de gelovigen en de kerk, maakt de duivel gigantisch bang. Stel dat de gelovigen Gods stem ten aanzien van hem en zijn werken verstaan en gaan gehoorzamen! Het zou zijn rijk te gronde richten. De grootste nachtmerrie voor de duivel betreft Christenen die tot geloof komen en Gods woord ten uitvoer brengen. Daar is hij vele malen banger voor dan Christenen die van de ene naar de andere activiteit rennen, elkaar bezig houden, uit gewoonte bidden, alleen elkaar helpen en kerkje spelen. Apathie baart hem de minste zorgen. Waar hij een verschrikkelijke afkeer van heeft, zijn Christenen die het Koninkrijk van God serieus nemen en gaan uitbreiden. Ze vergroten daardoor Gods machtsgebied. Begrijp je nu waarom de duivel altijd het geloof aanvalt. Er is hem alles aan gelegen om dat om zeep te helpen. Als geloof het enige middel is – en dat is het – om het gesproken woord van God vanuit het geestelijk domein over te brengen naar en zichtbaar te maken in de natuurlijke wereld, dan is hem er alles aan gelegen om dit met alle mogelijke middelen aan te pakken. Als hij Christenen kan laten stoppen om te geloven, dan weet hij het in vervulling gaan van Gods woord een halt toe te roepen. En dat is nu precies de strijd die we voortdurend moeten strijden: de goede strijd van het geloof.

Petrus sprak uit ervaring, toen hij zei: “Daarin verheugt u zich, ook al wordt u nu voor een korte tijd – als het nodig is – bedroefd door allerlei verzoekingen, opdat de beproeving van uw geloof – die van groter waarde is dan die van goud, dat vergaat en door het vuur beproefd wordt – mag blijken te zijn tot lof en eer en heerlijkheid, bij de openbaring van Jezus Christus.” (1 Petrus 1:6,7) De duivel valt ons geloof aan. God gebruikt die aanvallen om ons geloof te beproeven. Komen we door de test heen, dan heeft dat meer waarde dan goud. Heeft God gesproken, gehoorzaam! Komt er tegenwerking – en die komt – geef dan niet op! Volhard! Houd vast aan wat God gesproken heeft. Wie de test doorstaat ziet niet alleen dat God laat uitkomen wat Hij heeft gesproken, maar ook dat zijn persoonlijk geloof is gesterkt en gegroeid. Als je door de beproeving van het vuur gaat, dan wordt alles weggebrand wat van geen enkele waarde blijkt te zijn. Wat je overhoudt, is echt, puur en rein.

Ik ga nu over naar een praktisch voorbeeld. Al eerder heb ik erover gesproken dat de duivel een dief is. Hier zijn enkele voorbeelden uit het woord van God, waaraan een principe verbonden is dat hiermee verband houdt. Dat we dat goed tot ons moeten laten doordringen en in praktijk mogen brengen:

        Exodus 22:1 – “Wanneer iemand een rund of een stuk kleinvee steelt en het slacht of verkoopt, moet hij vijf runderen als vergoeding geven voor het rund, en vier stuks kleinvee voor het stuk kleinvee.”

        Exodus 22:4 – “Als inderdaad het gestolene levend in zijn bezit aangetroffen wordt, moet hij het van rund tot ezel, tot kleinvee toe dubbel vergoeden.”

Heb je het principe ontdekt? Hier is het: dieven moeten compensatie betalen. Wat is in Bijbelse termen een rund (os)? Kijk eens in het Nieuwe Testament naar 1 Korintiërs 9:8-11: “Spreek ik dit naar de mens? Of zegt ook de wet niet hetzelfde? Want in de wet van Mozes staat geschreven: U mag een dorsende os niet muilbanden. Bekommert God Zich alleen maar om de ossen? Of zegt Hij dit vooral om ons? Jawel, om ons is geschreven dat wie ploegt, in hoop hoort te ploegen, en dat wie in hoop dorst, het deel waarop hij hoopt, hoort te krijgen. Als wij bij u het geestelijke gezaaid hebben, is het dan te veel als wij van u het stoffelijke oogsten?” Met andere woorden, we spreken hier over een Christelijke werker. Hij doet zijn werk ten behoeve van het evangelie. Als er een kerksplitsing plaatsvindt en enkele van de grote werkers – de ossen – verblind en misleid zijn door de duivel en een andere kerk beginnen, waartoe ben je dan gemachtigd om te claimen? Niet de dubbele, maar de vijfvoudige compensatie!

Dan een stuk kleinvee. Wat is een schaap in het Nieuwe Testament? Het is een gelovige. Als de duivel een van je schapen steelt, waartoe ben je dan gemachtigd om te claimen? Het viervoudige! Dus als de duivel je aanvalt, en je dit principe kent, dan kan wat hij steelt helpen om je kerk te laten groeien. Zeg tegen de duivel: “Als jij één van mijn belangrijke werkers steelt, dan eis ik er vijf terug. Steel je een schaap, dan eis ik er vier terug”

De duivel is verplicht om compensatie te betalen voor wat hij heeft gestolen. Heeft hij geld gestolen, ga dan naar Spreuken 6:30,31: “Men veracht een dief niet als hij steelt om zijn mond te vullen, als hij honger heeft. Als hij gevonden wordt, vergoedt hij het zevenvoudig: al het bezit van zijn huis moet hij geven.”

Als je de dief in levende lijve tegenkomt en je treft het gestolene bij hem aan, dan kun je van hem het dubbele terugeisen (Exodus 22:4). Ten eerste moet het bedrag worden teruggestort dat is gestolen, ten tweede moet een zelfde bedrag worden betaald ter compensatie. Heeft hij het gestolene niet meer in bezit of wil hij het niet teruggeven dan kun je het zevenvoudige opeisen.

Alan Vincent, destijds zendeling in India, vertelde eens het verhaal over een oneerlijke bankbediende. Voor een bepaald kerkelijk bouwproject was € 60.000,- nodig. In € 20.000,- was al voorzien, maar niet in de overige € 40.000,-. God sprak tot hem om € 20.000,- te doneren. Hij maakte in gehoorzaamheid het bedrag over middels een cheque. Deze bereikte echter nooit de bestemming. Een corrupte bankmedewerker had de cheque achterovergedrukt. Alan ging naar de desbetreffende bank, wist de medewerker te achterhalen, en zei tegen hem: “Je betaalt mij nu het bedrag terug en verdubbelt het, of ik eis het zevenvoudige.” De man werd later opgepakt. Alan kreeg zijn € 20.000,- terug plus nog eens een bedrag van € 20.000,- ter compensatie. De duivel had zo het resterend bedrag van het kerkelijk bouwproject mee bekostigd!

Dit is geen theorie, dit is praktijk! Sta Satan niet toe geld van je stelen dat je van God hebt gekregen om te gebruiken ten behoeve van zijn Koninkrijk! Eis het zevenvoudig terug! Op de lange duur gaat het hem zoveel kosten dat hij je met rust laat.

Geloof laat het woord van God op aarde in vervulling gaan. Dat is de reden waarom de duivel met alle mogelijk middelen het geloof bestrijdt. Je geloof zal op de proef worden gesteld. Misschien raak je kwijt waarvoor je geloof had, maar niet je geloof zelf. Ik moet denken aan een paar lieve Belgische vrienden van ons die duidelijk Gods stem hadden gehoord om naar Zuid-Afrika te gaan. Ze gehoorzaamden in geloof. God bracht hen naar dat land. Uiteindelijk moesten ze terugkeren. Ze raakten dat waar ze geloof voor hadden kwijt, maar niet hun geloof zelf. Ze zijn er sterker uit tevoorschijn gekomen. Geloof geeft je een hoop plezier in het bestrijden van de duivel.